Clase 1: Saludar y presentarse
Welkom
Welkom bij je eerste les Spaans! In deze les leer je de basis om jezelf voor te stellen en anderen te begroeten. Je werkt met chunks: vaste stukjes taal die je meteen kunt gebruiken, zonder grammatica uit te leggen. Aan het einde van de les kun je al een kort gesprekje voeren in het Spaans – ook als je nog geen woord kende.
We focussen op presentarse y saludar: zeggen wie je bent, waar je vandaan komt en vriendelijk contact maken.
Aan het einde van deze les kun je:
- iemand begroeten in het Spaans
- je naam zeggen
- je leeftijd noemen
- zeggen waar je woont
- zeggen waar je vandaan komt
- reageren met eenvoudige, vaste zinnen (chunks)
Saludos
In het Spaans zijn er verschillende manieren om iemand te begroeten.
Welke groet je gebruikt, hangt af van met wie je spreekt en in welke situatie.
- Gebruik een informele groet bij vrienden, familie of mensen van je eigen leeftijd.
- Gebruik een formele groet bij onbekenden, ouderen of in een professionele situatie.
In deze les leer je eerst eenvoudige en veelgebruikte begroetingen die je meteen kunt toepassen. Zo kun je vanaf de eerste les al vriendelijk en passend contact maken in het Spaans.
Algemene begroetingen
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Hola | Hallo |
| Buenas | Hoi / Goedendag (informeel) |
| ¿Qué tal? | Hoe gaat het? |
| ¿Cómo estás? | Hoe gaat het met je? (informeel) |
| ¿Cómo está usted? | Hoe gaat het met u? (formeel) |
Tijdgebonden begroetingen
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Buenos días | Goedemorgen |
| Buenas tardes | Goedemiddag / Goedenavond |
| Buenas noches | Goedenavond / Goedenacht |
Informele begroetingen
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| ¿Qué pasa? | Wat is er aan de hand? |
| ¿Qué hay? | Wat is er? / Wat gebeurt er? |
| ¿Cómo andas? | Hoe gaat het? (heel informeel) |
| ¿Todo bien? | Alles goed? |
Formele begroetingen
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Mucho gusto | Aangenaam |
| Encantado/a | Aangenaam (m/v) |
| Es un placer conocerle | Aangenaam u te ontmoeten |
Begroeting (vaak samen gebruikt)
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| Hola, ¿qué tal? | Hallo, hoe gaat het? |
| Buenos días, ¿cómo está? | Goedemorgen, hoe gaat het met u? |
¡Ahora tú! (Nu jij)
Bestudeer en oefen het onderstaande gesprek. Vervang daarna de voorbeeldinformatie door je eigen gegevens. ¡Suerte!


· Als uitdaging mag je zelf bedenken hoe je aan iemand vraagt hoe hij of zij heet. Gebruik daarbij de jij-vorm van het werkwoord.
Antwoord: Hola, buenas. ¿Cómo te llamas?.
Vul de juiste vorm van llamarse in.
- Yo __________ Ana.
- Tú __________ Carlos.
- Él __________ Miguel.
- Ella __________ Sofía.
- Usted __________ Señor García.
- Nosotros __________ Laura y Tomás.
- Nosotras __________ María y Elena.
- Vosotros __________ Pedro y Juan.
- Ellos __________ Andrés y Luis.
- Ellas __________ Carmen y Isabel.
Extra (uitdaging):
11. ¿Cómo __________ tú?
12. ¿Cómo __________ ella?
Wat betekent deze begroeting?
Schrijf de juiste Nederlandse vertaling bij elke Spaanse begroeting.
- Hola
→ ____________________________ - Buenas
→ ____________________________ - ¿Qué tal?
→ ____________________________ - ¿Cómo estás?
→ ____________________________ - ¿Cómo está usted?
→ ____________________________ - Buenos días
→ ____________________________ - Buenas tardes
→ ____________________________ - Buenas noches
→ ____________________________ - ¿Qué pasa?
→ ____________________________ - ¿Todo bien?
→ ____________________________ - Mucho gusto
→ ____________________________ - Es un placer conocerle
→ ____________________________
Extra (uitdaging)
Welke begroetingen zijn informeel en welke zijn formeel?
Schrijf I (informeel) of F (formeel) achter de begroeting.
